Met een tour ga ik terug van Kakadu naar Darwin. En die tour is zeer de moeite waard.
We stoppen bij Ubirr Rock, waar we allemaal Aboriginal rotsschilderingen zien. Het zijn mooie rotsschilderingen, maar het uitzicht vanaf Ubirr Rock slaat echt alles; zo’n prachtig uitzicht!
Rotsschildering
Uitzicht vanaf Ubirr Rock
Ubirr Rock
Ubirr Rock
We zien rotsen, bomen, een knalgroen landschap met diepblauw water in de diepte.
Ook zijn er, wat in dit gebied en in deze tijd van het jaar heel gewoon is, rookpluimen van ‘controlled fires’ te zien.
‘Controlled fires’ zijn bosbranden die bewust aangestoken worden. Op deze manier wordt het dorre gras, takjes, etc. alvast verbrand, zodat het in de warmere en drogere periodes, waarin er meer kans is op bosbranden, minder schade aangericht kan worden bij eventuele bosbranden en die bosbranden beter onder controle gehouden kunnen worden.
De tour gaat verder en genietend van het landschap dat aan ons voorbij trekt, komen we weer in Darwin aan.
De dag begin ik wederom met een duik in het zwembad. Verder werk ik m’n reisdagboekje bij, ik loop naar de ‘mall’ om onder andere in de tweedehands boekwinkel te kijken, ik doe mijn was, ik klets met Sabrina en ik stuur wat mailtjes.
Ook pak ik mijn tas nog in, want morgen vertrek ik naar Kakadu, een national park.
Die avond komt Sue weer terug van haar tour naar Kakadu. We kletsen wat bij en dan zoek ik mijn bed op. Morgen gaat namelijk al weer vroeg de wekker.
Blij dat ik die ochtend nog even kan blijven liggen, ga ik op een gegeven moment toch m’n bed uit om direct daarna te gaan zwemmen. Heerlijk zo’n hostel met zwembad!
Verder vul ik de rest van de ochtend en de middag met regeldingen; mailen, bij Qantas langs om mijn klachten door te geven in verband met mijn wachtlijstvlucht, het boeken van een tour naar Kakadu National Park, hostels boeken, brochures over West Australië bekijken, etc, etc.
’s Avonds ga ik met Sabrina en twee kennissen van haar naar de Mindil Beach Sunset Market, een gezellige markt bij het strand van Darwin.
En op dat strand beginnen we ook. We ploffen neer op het strand om de zon onder te zien gaan. Dat blijkt een mooi gezicht en daarna blijven we er gezellig kletsen.
Toch gaan we ook nog even de markt over en eten we wat bij de diverse eetkraampjes die er staan. Zo ontzettend veel meer zien we ook niet van de markt, want de markt loopt dan al snel ten einde. We hebben gewoon te lang op het strand zitten kletsen!
De wekker gaat al vroeg, want Sue en ik gaan op tour naar Litchfield, een nationaal park.
Na een bezoekje aan een visitors centre staan de ‘jumping crocodiles’ op het programma.
Met een grote boot gaan we het water op, de bemanning hangt een soort hengel met vlees eraan buitenboord en dan kunnen de krokodillen happen. En dat doen ze ook; al opspringend uit het water.
Deze exemplaren zijn een stuk groter dan die in Katherine Gorge. Hier moet je het echt niet wagen om te gaan zwemmen.
Nadat we ook nog vogels gevoerd hebben, gaat de tour verder naar Litchfield National Park. We wandelen wat door het regenwoud en zien daar onder andere een viertal watervallen. Bij drie daarvan zwemmen we. Gelukkig zitten hier geen krokodillen!
Aan het eind van de trip stoppen we nog bij een aantal termietenheuvels. In tegenstelling tot de termietenheuvels die ik eerder zag, zijn deze termietenheuvels veel vlakker. Bovendien staan ze allemaal in dezelfde richting. Dat komt omdat het zogenaamde magnetische termietenheuvels zijn. Daardoor lijkt het net een kerkhof met allemaal grafstenen.
Terug in het hostel loop ik een paar bekenden tegen het lijf. De Nederlandse die vier maanden eerder ook op tour was in Wilson’s Promontory staat te wachten bij de receptie van het hostel. Na een tijdje niet zo veel Nederlands gepraat te hebben, gooi ik het Engels en het Nederlands een beetje door elkaar heen als ik met haar praat.
Later klets ik ook nog met Sabrina, die inmiddels ook in hetzelfde hostel in Darwin aangekomen is. Nadat Sue klaar is met het pakken van haar tas, ze gaat de volgende dag op tour, komt ze er ook gezellig bij om te kletsen.
Ik orden mijn bagage, pak mijn tas in, ga nog even op het internet om te mailen en dan vertrekken Sue en ik rond 13.00u met de Greyhound bus richting Darwin.
Aan het eind van de middag komen we daar aan. Nadat we in het hostel ingecheckt hebben, boeken we een dagtour naar Litchfield, doen we boodschappen in de supermarkt en eten we wat bij ‘Red Rooster (een fastfood-zaak).
Ja, niet elke dag is een dag vol toeristische highlights.
Morgen gaan we op tour, dus dan kunnen we weer wat meer de toerist uithangen.
Het Katherine Gorge National Park, oftewel Nitmiluk National Park, zoals de lokale Aboriginals het enorme nationale park noemen, is op verschillende manieren te verkennen. Je kunt er wandelen. Maar de belangrijkste publiekstrekker is de Katherine Gorge. Door deze rotskloof stroomt de rivier de Katherine en daar kun je op varen met een rondvaartboot of een kano.
In het regenseizoen, dat van november tot maart loopt, kan de rivier veranderen in een kolkende watermassa die door de kloof stroomt. Ik ben er echter tijdens het droge seizoen en dan is er minder water, waardoor stukken van de rotsbedding droog komen te liggen. Dit deelt de vijftig kilometer lange kloof op in dertien secties waar wel water staat.
Omdat Nicole een tocht van een paar dagen door Katherine Gorge National Park wil maken en ik het bij een dagtour wil houden, ga ik niet met Nicole maar met Sue op pad.
Sue is een Australische waarmee Nicole van Adelaide naar Alice Springs is gereisd en die ik in Alice Springs ook heb leren kennen. Zij bleek ondertussen ook in Katherine te zijn.
Met een boot varen we door vijf van de dertien secties van de Katherine Gorge. Nou ja, met EEN boot. Eigenlijk varen we op een aantal boten, want in elke sectie ligt er weer een andere boot klaar. Tussen die secties moeten we over rotsen klauteren om van de ene boot bij de volgende boot te komen.
Eén van die klauterpartijen is wat zwaar; ik geloof anderhalve kilometer over rotsen èn in de hitte. Maar het is zeer de moeite waard.
Omdat niet alle boten in de vijfde sectie komen, is het daar stil. In die rust zit ik heel ontspannen wat voor me uit te staren naar de prachtige rotswanden. Ook Sue is onder de indruk en zegt dat ze het er zo ‘peaceful’ vindt. Beter had ze het niet kunnen omschrijven!
Bij de tour is ook nog een barbecue inbegrepen. Voordat ik aan die lekkere lunch begin, neem ik nog een duik in het water. Heerlijk!
Op de terugweg is het ook weer klauteren van de ene naar de andere boot en genieten van het varen door die prachtige kloof. Wat een mooie rotsen!
Ook zien we nog wat ‘wildlife’; van een schildpad tot krokodillen. Deze zoetwater ‘crocs’ zijn slechts 30 tot 50 centimeter lang en ongevaarlijk. Gelukkig maar, want anders was ik er toch echt niet gaan zwemmen. Dan zou dat ‘peaceful’ even heel ver te zoeken zijn geweest…
Nicole en ik verlaten Mataranka om met de Greyhound bus naar het noordelijker gelegen Katherine te gaan. Een relaxte busrit, want al in anderhalf uur komen we in Katherine aan.
Vergeleken met het erg kleine Mataranka, dat je nauwelijks een gehucht kunt noemen, is Katherine met duizenden inwoners toch in ene een echte stad.
Katherine is inmiddels misschien bekend omdat wielrenner Cadel Evans er vandaan komt. Anno 2002 heb ik echter nog nooit van Cadel Evans gehoord. Katherine is voor mij de plaats waarvandaan je naar de Katherine Gorge kunt. Dat is een rotskloof waar de rivier de Katherine doorheen stroomt. Het schijnt er prachtig te zijn.
Maar daar zullen we een dag later pas achter komen. Op die 4e augustus 2002 doen we andere dingen. Zo boeken we onder andere een tour, de bus en een hostel, we doen boodschappen, ik bel Marjolein, ik schrijf wat brieven en we doen de was.
De nachtelijke busrit is niet echt fantastisch, maar dat zijn nachtelijke busritten niet gauw. Gelukkig lukt het me wel om af en toe een oogje dicht te doen. Als we in Mataranka aankomen, moet Nicole me zelfs wakker maken.
De receptie van de Mataranka Homestead is zo vroeg (ongeveer half zes in de ochtend) nog niet open. In de keuken van de jeugdherberg gaan we zitten wachten; die is open en daar is het ook het warmst. In deze gebieden is het (in de winter) ’s nachts nog wel eens koud.
Nicole en ik lopen nog even naar de hot pool, de trekpleister van Mataranka, maar daar is in het donker niet zo veel aan.
Om zeven uur kunnen we de sleutel bij de receptie ophalen en daarna gaan we nog maar even pitten.
Na nog wat geslapen te hebben, gaan we er om tien uur toch maar uit.
We ontbijten en gaan daarna naar de receptie om met een guided walk, een rondleiding, mee te gaan. De gids laat ons dingen rond de homestead zien. Zo toont hij ons waar het water kwam tijdens diverse ‘floods’ (overstromingen). Ook laat hij ons verschillende pools zien, waaronder dus de bekende hot pools.
Leuk is ook het huis dat voor de film ‘We of the Never Never’ gebruikt is. Toen die film op Mataranka Homestead gefilmd werd, verbleef de crew in de motel accommodatie die de crew daar zelf gebouwd had. Toen ze klaar waren met filmen hebben ze de motel accommodatie geschonken aan de homestead.
Na de tour bekijken we de film. Leuk, omdat ik het boek gelezen heb.
Daarna kunnen Nicole en ik het niet nalaten om het warme water van de hot pool in te gaan. En met 34 graden Celsius is dat water inderdaad warm voor een natuurlijke waterbron. Het is lekker in het water. Maar we zijn niet de enigen in het water en daardoor is zwemmen wat lastig; daarvoor is het gewoon te druk.
Na een late lunch besluiten we te gaan wandelen in het ‘bos’ vlakbij de homestead. Dat was leuk, totdat we de weg een beetje kwijt lijken te zijn. Gelukkig lukt het ons wel weer de weg naar de homestead terug te vinden.
Na het avondeten gaan Nicole en ik nog even luisteren naar de band in de bar. Ze blijken best aardig te kunnen spelen.
Als de band er om een uur of tien mee stopt, willen we nog even naar huis bellen. Helaas gaat de stroom eraf en zit bellen er niet in.
De sterrenhemel is prachtig, maar het is wel erg donker zonder verlichting. Zo donker dat ik niet kan zien hoeveel traptreden ik nog moet doen. Het gevolg; ik val op m’n knie. Dat wordt een blauwe plek!
’s Ochtends kijken Nicole en ik rond in Tennant Creek. ’s Middags gaan we op tour naar de Devils Marbles.
Voordat we bij die rotsen aankomen, zien we termietenheuvels in het landschap. We stoppen om die termietenheuvels van dichterbij te bekijken. De gids breekt een stuk van zo’n termietenheuvel af en laat ons zo zien hoe dat er van binnen uit ziet. We zien kleine gangetjes en gras in de termietenheuvel. Het ziet er erg indrukwekkend uit!
termietenheuvels
een kijkje in een termietenheuvel
Dan gaat we verder naar de Devils Marbles, een grote groep ronde keien. Ze zien er prachtig uit. We kijken er rond, maken foto’s en genieten er van een smakelijke barbecue.
Vanaf de Devils Marbles zien we de zon onder gaan; ook dat is een mooi gezicht!
Devils Marbles
Terug van de tour is het wachten op een ander busje; het busje dat ons naar het busstation zal brengen.
Daar zullen we de bus nemen naar Mataranka Homestead; een nachtelijke rit. We zullen daar de volgende ochtend om 5.20u aankomen.
Ik hoop dat het me lukt om in de bus wat te slapen…